Dit exotisch gekleurde vogeltje is niet bang voor mensen. ’s Winters trekken ze gezamenlijk op en vliegen in groepjes door het dorp, vrolijk kwetterend met trillertjes en rollertjes, rinkelend, tinkelend. Ze landen met zijn allen in een boom en peuteren met hun spitse snaveltje behendig de zaden uit de vruchten. Bijvoorbeeld van een els, waar er in Diemen veel van staan. Het is het puttertje. Soms distelvink genoemd, want ook distelzaden, vindt hij niet te versmaden. Net als zonnebloemen en teunisbloemen.

In Diemen zijn er talloze. Ze zwerven door parken en tuinen en zelfs in wegbermen of industrieterreinen met wat bomen voelen ze zich thuis. Buitenwijken en dorpen zijn geliefd, vooral in het westen van het land. Je komt ze in heel Diemen tegen. Ik zag ze van de week in Buitenlust, in Noord en er zaten er dertig bij de Gamma.

Toch moet je een beetje je best doen om zijn rood-wit-zwarte hoofd goed te kunnen zien. Ze zijn klein en enorm bewegelijk. Geen minuutje zitten ze stil. Maar ook in de vlucht valt hij op: er loopt een brede gele streep over zijn verder zwarte vleugel.

De beste manier om dit vogeltje te spotten, is luisteren. Ze kunnen hun mond niet houden. Onophoudelijk kwebbelen zij met elkaar. En één puttertje produceert zoveel geluidjes dat het klinkt als vier. Dus twintig is een heus koor. Als je dat hoort, goed kijken, in de lucht en in de bomen.

Heb je een els in de tuin staan? Dan heb je kans dat ze vanzelf komen buurten om te eten. Maar ook zonder zo’n boom kun je ze lokken met wilde bloemen zoals kaardenbol, zonnehoed en teunisbloem. En zelfs op voederplanken worden ze wel eens gezien.

geschreven door: Marisa Stoffers

Foto: Rob Floor, CC BY 3.0