Op dit moment is er elke dag tegen zes uur ‘s avonds een spectaculair schouwspel te zien bij de Weespertrekvaart in Diemen. Zwermen van duizenden vogels zwieren door de lucht. Spreeuwen. Eerst verzamelen zij zich bovenin de populieren langs de Provincialeweg achter de Sniep: gedurende een half uur komen er uit alle richtingen kleine groepjes bij, tot de bomen afgeladen zijn. Dan, net voordat de zon in het westen onder de horizon zakt, stijgen zij massaal op. De lucht ziet werkelijk zwart van de vogels. Mogelijke vijanden, zoals de slechtvalk, raken in de war door zo’n zwerm. Zwierend vliegen de spreeuwen richting hun slaapplaats, een kilometer verderop bij de Diemerbrug.

De zwerm verandert voortdurend van vorm: langgerekt, rond, trechter- of achtvormig, een fantasiefiguur, het is net een sierlijk ballet. En toch gaat het best hard, 40 kilometer met gemak. Het is een wonder dat de spreeuwen niet botsen. Een leider hebben ze niet, elke vogel houdt slechts de zes à zeven vogels om zich heen in de gaten. Onderzoekers hebben ontdekt dat er maar drie eenvoudige regels nodig zijn: blijf bij je buren in de buurt, vlieg niet te dicht bij hen, en ga ongeveer de zelfde kant op. Boven de Diemerbrug voeren ze nog even een sensationele vliegshow op voor ze luid kwetterend in een paar hoge populieren landen.

Hun slaapplaats staat er vlak naast: het zijn zes bomen overwoekert met groenblijvende klimop. Hierdoor lijkt het net of de bomen bladeren hebben. En dat is precies wat de spreeuwen zoeken: beschutting tegen de kou. In kleine groepjes vliegen ze de slaapbomen in, het is een heel gehannes en gedoe tot iedereen op de juiste plek zit, veel ruimte is er niet. Zo dicht opeen gepakt houden ze elkaar de hele nacht lekker warm, onder voortdurend geklets. Iets dat je goed kunt horen als je er in het donker onderstaat: spreeuwen kunnen zingen, andere vogels en ringtones imiteren en eindeloos kwebbelen.

In de herfst en winter zijn er veel spreeuwen uit Noord- en Oost-Europa in ons land. Overdag vaak in groepjes op weilanden of juist in de stad. Ze eten kleine diertjes, zaden en fruit, maar ook patat en frikadellen. Tijdens het gebabbel vertellen ze elkaar waar de beste markt of snackbar is.

Door: Marisa Stoffers

Foto: Brian Robert Marshall, CC BY SA 2.0