De buizerd is een van de allereerste die de lente in zijn kop krijgt. Ook al vinden wij het ijskoud, hij heeft daar lak aan. Op een zonnige dag in februari buitelt hij luid miauwend door de lucht. Want zo klinkt het als een verliefde buizerd een loflied zingt. Het zijn spectaculaire taferelen.

Een buizerd is een grote roofvogel: met zijn vleugels wijd kan hij bijna anderhalve meter zijn. Toch zigzagt hij behendig tussen de bomen door. Sommige zijn bruin, andere voor een groot deel wit, maar altijd zijn zijn klauwen knalgeel.

De meeste buizerds blijven hun leven lang bij elkaar. En toch zijn zij elk jaar druk met hofmakerij, om hun band te verstevigen en indringers ter verjagen. Ieder paar heeft een eigen leefgebied, maar soms grenst dat dicht aan dat van de buren, met schermutselingen als gevolg. En ook zijn er rondzwervende vrijgezellen die wel een vrouw of nest willen kapen.

Met mooi weer voeren ze een ware vliegshow op. Ze cirkelen omhoog, duiken naar beneden, soms over elkaar heen, onder luid gemiauw. Erna wordt gepaard, honderden keren tussen nu en mei. Door het tumult in de lucht zijn ze goed te zien. En zo’n zwaarlijvige vogel valt in een boom zonder bladeren ook behoorlijk op.

In Diemen, op de grens van stad en land, leven er aardig wat. Vaak zitten ze op overgangen van boomgroepen naar grasvelden. Niet alleen in het buitengebied maar ook in het dorp: in Rustoord, Spoorzicht, Buitenlust, de Omloop en andere groene randen langs snelwegen, spoor en water. Vanaf een boom of paal loeren ze op allerlei prooien: muizen, mollen en kikkers, of dode dieren op de weg. Het is niet moeilijk om er een te zien. Kijk als je dit geluid hoort goed om je heen: zit hij op een tak, een paal of zweeft hij door de lucht?

Door: Marisa Stoffers

Foto: Mark Medcalf; CC BY 2.0