Deze slang houdt zich dood! Dat doet hij omdat hij bang is, doodsbang. Voor ons mensen. Wij zijn zijn ergste nachtmerrie. Al is een buizerd, reiger, vos, rat of egel ook gevaarlijk voor een ringslang. Mocht zo’n dier (of mens) hem aanvallen, dan voert hij een toneelstukje op: buik naar boven, bek wijd open, tong dramatisch naar buiten én hij verspreidt een enorme stank. Met deze truc wil hij zeggen: “Ik ben niet te vreten, want ik ben al zó lang dood. Dus laat me maar snel weer los.” Soms werkt het.

Zo bang als een ringslang voor jou is, hoef jij absoluut niet voor hem te zijn. Ze zijn compleet ongevaarlijk. Even vast houden (en later weer uitzetten) is dus, op de stank na, geen probleem. In Diemen leven er duizenden. Hun lievelingskostje, kikkers zijn hier volop. Van oudsher leven ringslangen dicht bij de mens. Vooral bij veeteeltbedrijven en volkstuinen waar mesthopen en composthopen zijn. Vroeger werden ze zelfs als goddelijke wezens vereerd.

Die mest of compost is essentieel. De eieren hebben warmte nodig om uit te kunnen komen. Dat is in zo’n koud land als Nederland niet eenvoudig. Een slang – een koudbloedig dier – broedt zelf niet. Ringslangen maken slim gebruik van broeiwarmte die op zonnige plekken in mest- en composthopen ontstaat. Omdat er tegenwoordig veel minder van dat soort hopen zijn dan een paar honderd jaar geleden, maken vrijwilligers ze, met takken, mest en stro.

In juni en juli leggen de vrouwtjes hun eieren in die speciale broeihopen, bijvoorbeeld in het Diemerbos (maar ook in het Diemerpark, de Bijlmerweide en bij de Nesciobrug). Na acht tot tien weken kruipen er slangetjes uit, iets groter dan een regenworm. Al na een week vervellen ze, zodat ze kunnen groeien. Snel daarna gaan ze in winterslaap in een muizenhol of andere beschutte plek. Dan breekt de tijd aan dat wij mensen de broeihopen uitgraven om de uitgekomen eieren te tellen. In het Diemerbos waren dat er dit jaar duizend!

In een jaar of drie, vier groeit zo’n wurmpje uit tot een volwassen slang van 50 à 60 centimeter. De beste tijd om die te zien is het vroege voorjaar als ze net uit de winterslaap komen. Ze zijn dan door de kou erg sloom en zoeken een plek om te zonnen, zoals stenen of asfalt. Dat ligt soms behoorlijk in het zicht. Een zo’n plek is de Muiderstraatweg langs het spoortalud in het Diemerbos. Helaas kan dat ook gevaarlijk zijn voor de slang: op asfalt worden ze regelmatig doodgereden. Er zijn daar drie slangentunnels, maar toch. Vandaar dat auto’s er verboden zijn, maar soms rijdt er wel een. Dus zie je een ringslang op de weg? Jaag hem dan de struiken in. Voor zijn eigen veiligheid!

Wil jij helpen met het aanleggen van de broeihopen in april of met het tellen van de eieren in november? Dat kan met IVN Diemen (Instituut voor Natuureducatie) en Staatsbosbeheer. Soms zien we zelfs een slang! Geef je op bij ivndiemen@gmail.com.

Door: Marisa Stoffers